Geschiedenis van Jaarsveld

De kern Jaarsveld heeft de oudste bewoningsgeschiedenis van de gemeente Lopik. Al voor de grote ontginningen waren hier stukken grond in cultuur gebracht op oude oeverwallen en stroomruggen, die wat hoger lagen dan de rest van het gebied.

De overige delen van Jaarsveld waren erg moerassig en lastig te ontginnen. Daarom heeft men in de tijd van de grote systematische ontginningen in de Lopikerwaard, met Jaarsveld gewacht tot men over betere waterstaatkundige inzichten en technieken beschikte.

De naam Jaarsveld komt van “het veld van Jarigs”. Rond de hofstede van “Jarigs” is het dorp ontstaan. De aanwezigheid van kasteel Veldenstein heeft de ontwikkeling van het dorp sterk gestimuleerd.

Twistpunt tussen Holland en Utrecht

Heerlijkheden waren bestuurlijke eenheden, die door een vorst in leen waren gegeven aan een leenman. De leenman oefende daar als heer de macht uit. Hij had allerlei rechten, bijvoorbeeld om belasting (tienden en accijnzen) te innen, om functionarissen aan te stellen etc. In Jaarsveld was er constant geschil onder welk hoger gezag het dorp viel: het Sticht Utrecht of Holland. Tenslotte hakte Simon van Alteren rond het jaar 1640 de knoop resoluut door en bracht zijn heerlijkheid onder het rechtsgebied en oppermacht van Holland. In de Franse tijd (na 1795) werden alle heerlijkheden opgeheven en gemeentes gevormd. In 1805 werd Jaarsveld bij Utrecht ingedeeld.

Wapen

Het wapen van Jaarsveld is afkomstig van de familie Van Uten Goye. Leden van deze familie waren al in 1285 en 1322 in meer of mindere mate met Jaarsveld beleend.

Dit wapen was omschreven als “in blauw, twaalf klokjes van goud”. Dit bleek historisch niet juist te zijn. Het moest gaan om 6 balken, die om en om van keel (rood) en van “vair” waren. Vair was het bont van een eekhoornsoort en werd in de wapenleer als blauw op zilver weergegeven. De gemeente Jaarsveld werd in 1943 opgeheven en bij de gemeente Lopik gevoegd. In het nieuwe wapen van Lopik werd in 1948 de verbeterde versie van het wapen van Jaarsveld ingebracht.  Dat wapen heeft bestaan tot 1989, toen een gemeentelijke herindeling om een nieuw wapen voor Lopik vroeg.

Bestuurscentrum

Jaarsveld was het centrum van bestuur, kerk, school en handel, voor de polders Batuwe, Graaf, Vogelzang, Wiel en Vijfhoeven. Het gebied strekte zich uit vanaf de huidige Radiolaan in Lopikerkapel tot de Tiendweg. In het Noorden werd het begrensd door de huidige Wetering en ten zuiden door de Lek. Verder was hier het bestuurscentrum voor het dijkbeheer gevestigd.

Het dorpsbestuur bestond uit een schout, 7 schepenen en een klerk (secretaris). De drost (of baljuw) was de belangrijkste bestuursambtenaar, die over de vonnissen ging. In de praktijk was hij meestal ook schout en secretaris. De meest bekende drost, tevens schout en secretaris, was Warnardus Verhagen (1754 -1832) aangesteld in 1793. Na de Franse omwenteling werd hij door de burgerij opnieuw geaccepteerd als secretaris en de autoriteiten benoemden hem achtereenvolgens tot baljuw van Jaarsveld, tot “maire” in 1799 en burgemeester in 1825.

Buurtschappen

Jaarsveld kende verschillende buurtschappen: De Graaf, langs de Graafdijk. Aan beide uiteinden daarvan lagen de Fuikebrug en de Uitweg. Jaarsvelderkapel was de bebouwing ten zuiden van de Enge IJssel, tegenover het dorp Lopikerkapel ten noorden van de Enge IJssel, dat onder Lopik viel.