Met Cornelis de Witt (1696-1769) wordt er een nieuwe periode voor het Huis te Jaarsveld ingeluid. Samen met zoon Johan (1720-1783), gaat hij hard aan de slag om het terrein helemaal op te schonen en het nu nog bestaande landhuis te bouwen.

Op vallend is dat De Witt niet het kasteeleiland kiest als locatie voor het nieuwe huis, maar een terrein iets ten noorden daarvan. Hij bouwt een prachtig typisch Hollands landhuis, van twee verdiepingen. In 1761 was het huis gereed voor bewoning.  Er werden verder een stal en koetshuis gebouwd, met daarachter een paardenwed (om paarden te laten drinken en wassen).  Ook de lanen werden aangepakt, de grachten uitgediept en het terrein ingeplant met iepen en els. Het snoeihout werd verpacht. Rond 1767 zijn de ophaalbrug bij het jagershuis en de poortbrug gesloopt. Het kasteeleiland, waar restanten van de ruïne en de nog intacte toren stonden, was beplant als boomgaard en werd gepacht door de jager. De toren bleef genoemd als “gevangentooren” tot 1824, in of kort daarvoor zal hij gesloopt zijn.

Franse tijd

In de tijd dat Cornelis de Witt II eigenaar was (van 1783-1813) startte de Franse omwenteling (1795). Het systeem van heerlijkheden werd afgeschaft (in 1798) en daarmee verliest ook het Huis te Jaarsveld de status van hoge heerlijkheid. Het wordt een “gewone” buitenplaats. Wat huis en grond betreft, bleef bij Cornelis en de volgende eigenaren de nadruk liggen op het laten renderen van de gronden, door deze o.a. te verpachten als boomgaard.

In 1826 koopt de burgemeester van Jaarsveld, Warnardus Verhagen (1754-1832) het huis van Johan Hendrik van Wolframsdorff, voor wie hij jaren rentmeester was geweest. Verhagen was een zeer succesvolle bestuurder en bekleedde vele ambten in de directe omgeving.

Nieuwe toevoegingen

Na de dood van Warnardus gebruikten zijn dochter Frederika Adolphina Amelia Verhagen (1792-1861) en haar echtgenoot Philippe Louis Begram (1790-1866) het Huis te Jaarsveld als buitenplaats en investeerden hier veel in. Zij breiden het huis uit met een tuinkamer en bouwen in 1842 een theekoepel op een heuvel aan de Lekdijk, die een prachtig uitzicht bood over de Lek en het park. De bewoners genoten hier van een kopje thee met hun gasten. Aan de dienstmeisjes de taak om de volle dienbladen met de theepot (onder een theemuts), naar de dijk te brengen; een flink stukje lopen over de Oostcingellaan.

In 1847 bouwen zij het huidige koetshuis met paardenstal, dichter bij het huis. Daardoor verandert ook de tuin. Vanaf de nieuwe tuinmuur bij het koetshuis blijft de moestuin en het overige deel is ingericht als landschapstuin met slingerende paadjes, de nieuwe trend in tuinarchitectuur. In 1867 besluit hun zoon Warnardus Cornelis Machtildus Begram het huis grondig te renoveren en uit te breiden.

Deze Warnardus blijft kinderloos, waardoor de naam Begram dreigt uit te sterven. Via zijn zus Johanna Begram, getrouwd met Johannes Christoffel van Eeten, vererft het huis naar hun zoon Philippus Lodewijk Begram van Eeten (die bij Koninklijk Besluit van 1903 Begram aan zijn achternaam liet toevoegen). Uiteindelijk komt het huis in handen van zijn dochter Johanna Cordula Begram van Eeten (1889-1956), gehuwd met mr. Joannes Adriaan van der Lee (1884-1970). In 1962 ontwikkelden zij plannen voor de restauratie van het herenhuis dat door verwaarlozing en verzakking in niet al te beste staat verkeerde. Ook de wens om het huis voor permanente bewoning meer comfort te geven speelde mee. De inrichting van het terrein was in al die tijd niet veel veranderd. Alleen waren de bruggen van de voorburcht naar het kasteeleiland en het jagershuis veranderd in dammen, maar verder ademde het nog steeds een eenvoudige landelijke sfeer.

Permanente bewoning

Hun oudste zoon Philippus Lodewijk van der Lee en zijn vrouw Anna Geertruida Tiele startten de door vader en moeder van der Lee geplande restauratie in 1973-1974. Zij waren grote tuinliefhebbers en maakten de omgeving van het huis en de kasteeleilanden helemaal tot tuin. In 1974 betrokken zij het huis permanent, nadat Philip dijkgraaf van het Waterschap Lopikerwaard was geworden. Beiden overlijden in 2012.

De nieuwe eigenaar sinds 2018, heeft inmiddels uitgebreide historische studies van huis en tuin laten uitvoeren om vast te stellen wat vanuit historisch perspectief de beste wijze is om het huis en koetshuis te renoveren en de tuinen te herontwikkelen. De tuin op het wooneiland zal daarbij voor zoveel mogelijk worden teruggebracht naar de vroege Hollands klassieke landschapsstijl. De werkzaamheden zullen waarschijnlijk in de loop van 2020 hun beslag krijgen.

Tot slot

Vele generaties van verschillende families hebben ieder op hun eigen wijze voor het voorname Huis te Jaarsveld gezorgd. Zij brachten veranderingen aan om het aan te passen aan hun tijd, maar de grandeur van weleer is nooit verdwenen. Allen hebben hier geleefd en zich vermaakt. Het huis verkeert nu in een nieuwe fase van renovatie en herontwikkeling, waarbij de oude luister weer nieuw leven ingeblazen wordt. Zo kan er ook in de toekomst weer genoten worden van deze bijzondere plek.