Op een strategische plek aan de Lek bij Jaarsveld, bouwde Hendrik van Vianen omstreeks 1384 het kasteel Veldenstein. Een goede plek om het verkeer op de Lekdijk en de scheepvaart op de Lek in de gaten te houden en centraal gesitueerd in de heerlijkheid Jaarsveld.

Ondanks het feit dat Jaarsveld al vanaf van ouds een bezitting van de heren Van Vianen was, beschikten zij niet altijd ook over de rechten op de heerlijkheid en het gerecht van Jaarsveld. Maar in 1413 werd Jan van Vianen met die rechten beleend. Omdat hij op dat moment ook in het bezit van het huis was, waren nu de rechten op huis, land en heerlijkheid in één hand.  Deze gecombineerde leen is tot 1518 in het bezit van de heren van Vianen gebleven, met een onderbreking van 4 jaar. Daarover later meer.

Het kasteel

Het Huis te Jaarsveld was een fors kasteel. Het stond op twee omgrachte eilanden: de voorburcht en het kasteeleiland. De voorburcht was vanaf twee kanten bereikbaar. Er was een ophaalbrug aan de kant van het dorp vanaf het land waar het huidige ‘Jagershuis’ op staat. De tweede toegang was over een brug vanaf de Dwarslaan (later ‘Kerkenlaantje’) door een poorttoren. De huidige houten brug staat op de fundamenten van die oorspronkelijke brug en poort. Op het terrein van de voorburcht waren vermoedelijk stallen en werkplaatsen rond een binnenplaats. De enige toegang tot het kasteeleiland, waar de woonvertrekken waren, was via een brug vanaf de voorburcht. Op de noordoosthoek van het kasteeleiland stond een toren, vlak bij de brug naar de voorburcht (die brug is nu een dam). De hoofburcht was omgeven door een dubbele grachtengordel, die nog bijna helemaal aanwezig is. Alleen is de buitengracht langs de Lekdijk bij een dijkverzwaring in de 19de eeuw gedempt.

Eerste verwoesting

Tijdens de Jonker Fransenoorlog, de laatste fase van de Hoekse en Kabeljauwse twisten, stond Jan van Vianen, de heer van Jaarsveld, aan de kant van de Hoeken. Deze werden aangevoerd door Frans van Brederode (Jonker Frans), die o.a. Rotterdam veroverde en veel verwoestingen aanrichtte. Toen de Kabeljauwen de overhand begonnen te krijgen, wilden ze alle Hoekse elementen uitschakelen. Zodoende werd het Jaarsveldse kasteel, een Hoeks bolwerk, in 1489 belegerd door Floris van Egmond, de Kabeljauwse heer van IJsselstein. Floris kreeg daarbij steun van 100 poorters uit Schoonhoven. Schoonhoven was het jaar daarvoor belegerd door de Hoeken, maar had op bewonderenswaardige wijze stand weten te houden. Zij zullen zich maar wat graag hebben willen wreken op de Hoeken en kwamen te hulp met een ijzeren geschut. Hiermee werden “12 steenen en 24 looden kogels” op en door het huis geschoten. Het huis werd grotendeels verwoest en verbeurdverklaard.

Vervolgens werd Floris van Egmond, als dank voor zijn hulp, ermee beleend.

Vier van de stenen kogels zijn teruggevonden in de gracht en hebben inmiddels een mooie plaats gekregen op het kasteeleiland.

Opnieuw geplunderd

Floris van Egmond is 4 jaar heer van Jaarsveld, maar dan wordt toch Jan van Vianen er weer mee beleend. Het zit Jan echter niet mee. In 1511 wordt zijn kasteel opnieuw belegerd, dit keer door een Utrechts leger onder bevel van kapitein van Pomeren. De rieten daken van het huis worden in brand gestoken en veel bomen worden omgehakt. Daarnaast namen ze “bedgerei, etenswaren, huisraad en kleinodiën van de vrouwe van Jaarsveld” mee.

In 1518 verkoopt Jan het kasteel voor 3.000 gulden aan -nota bene- Floris van Egmond, inclusief de heerlijkheid van Jaarsveld met lage, midden en hoge jurisdictie. Die laat het na aan Maximiliaan van Egmond, graaf van Buren en zo vererft het in 1548 op Anna van Buren, de eerste vrouw van Willem van Oranje.

Het kasteel moet in de loop van de 16e eeuw weer geheel zijn opgebouwd. Op een tekening van Arnout van Buchel, gemaakt tijdens een vaartochtje over de Lek in 1596, is het kasteel afgebeeld als een robuust samengesteld gebouw met zadeldaken en trapgevels.

Gouden tijden

In 1564 werd Philips Willem van Nassau, de laatste adellijke bewoner van het slot. Hij verkoopt het in 1608 aan Johan Michielsz. van Verlaer, een rijke Amsterdamse koopman “in sijden laekenen”. Verlaer verkoopt het in 1614 aan zijn zwager Simon Lodewijcksz. van Alteren. In 1657 vererft Jaarsveld op Simons tweede zoon mr. Pieter Simonsz. van Alteren (1621-1667) gehuwd met Anna Boom (1630-1679).

Nederland maakt een bloeiperiode door; wij zijn inmiddels in de Gouden Eeuw aanbeland. De politieke en economische machtsverhoudingen zijn sterk veranderd. Kapitaalkrachtige kooplieden bouwen hun buitenverblijven langs de Vecht en op de Utrechtse Heuvelrug (de Stichtse Lustwarande), maar ook bestaande landgoederen met daaraan verbonden heerlijke jachtrechten waren geliefd, als jachtslot en zomerverblijf. Zo verandert ook het karakter van het Huis te Jaarsveld: van verdedigbaar slot wordt het een buitenplaats.

Beide Van Alterens hadden een functie bij de Admiraliteit van Amsterdam. Kennelijk waren zij trots op hun kasteel. In 1653 wordt het schip ‘De Jaarsveld’ gebouwd, waarbij het kasteel in volle glorie op de achterspiegel prijkt. Dit is de enige andere tekening van het intacte kasteel, buiten de genoemde van Buchel. De families Van Alteren brengen ook de tuinen meer in lijn met de tijd, in de stijl van het Hollands Classicisme. Deze wordt gekenmerkt door rechthoekige vormen, symmetrie, boomsingels en grachten. Op de kaart van de Heerlijkheid Jaarsveld van J. Leupenius uit 1685 is goed te zien hoe de indeling van het terrein was.

Het was Simon Lodewijkszn. die een weg aanlegde van de Lekdijk tot de Fuikebrug. Omdat hij in 1616 werd geconfronteerd met een ernstig dreigende Lek, met zware ijsgang en hoog water, zag hij de noodzaak van een vluchtweg. Deze weg stond lange tijd bekend als het Zandpad maar draagt sinds 1943 zijn naam.

De genadeslag – het rampjaar

Door het succes en de macht van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden voelden de buurlanden zich bedreigd. Frankrijk, Engeland, Munster en Keulen verklaarden in 1672 de oorlog. De Franse ‘zonnekoning’ Lodewijk XIV viel vol vaart Nederland binnen. Om de aanval te stuiten, werd in april 1672 de Hollandse waterlinie gesteld. Ook de Lekdijk bij Willige Langerak werd doorgestoken.

Het werkte, de Fransen waren geblokkeerd. Holland, met het belangrijke Amsterdam en Den Haag, bleef vrij gebied. Achter het water, dwars door de provincie Utrecht, lagen de Franse legers. Die hielden vreselijk huis, gefrustreerd omdat de waterlinie ondoordringbaar bleek.

Ook Jaarsveld moet het ontgelden. In 1672 plunderen de Fransen het kasteel van vrouwe Anna Boom, weduwe van Pieter van Alteren. Als in 1673 het gerucht gaat dat het Staatsche leger zich schuilhoudt in het kasteel, keren de Fransen terug om het kasteel te verwoesten en in brand te steken. Daarna is het kasteel nooit meer herbouwd. De ruïne blijft nog vele jaren staan en de grote toren doet nog lang dienst als gevangenis.

Het vervallen slot

Na enkele jaren verkopen de kinderen van Pieter en Anna de “vermaerde hooge ende vrije heerlijckheyt van Jaersvelt bestaende uit vervallen sloth, leggende in sijne dubbelde grachten, den duyventoorn, thuynmanshuys nevens een huys aen den dijck, cingels, hoven, thuynen, dreven, boomgaerd ende weylanden daer bij behoorende”, tezamen groot 14 morgen, voor 33.600 gulden aan Transisulanus Adolphus van Voorst. Na enkele erfenisperikelen komt het uiteindelijk in 1733 terecht bij Cornelis de Witt. Cornelis was een kleinzoon van raadpensionaris Johan de Witt.

Ondanks dat het huis door de verwoesting niet meer bewoonbaar was, kwamen de eigenaren hier toch nog regelmatig naar toe voor de jacht.  Zij verbleven dan in het tuinmanshuis dat rond 1650 was gebouwd en wel gespaard was gebleven.  Daardoor kreeg dit huis de naam het Jagershuis. Dit huis bestaat nog steeds en staat nu aan S.L. van Alterenlaan nr. 28.

Ondanks de deplorabele staat van het kasteel, bleef het dus toch nog een plek van vermaak!